Sponsors

‘Meneer! Meneer! Ik wil ook een ‘Rubennetje!’

7 april 2014 21:15


Door zijn legendarische prestatie te voorspellen treed Ruben Wientjes in de voetsporen van wereldberoemde profeten. Met twee goals velt de vrolijke spits eigenhandig opponent Oene en houdt hij ‘zijn’ Sportclub Teuge op koers naar klassebehoud.

Mozes, Nostradamus en Lou de Palingboer, spraken allemaal profetische woorden en verkregen eeuwige roem. Nadat Ruben Wientjes tijdens de wedstrijdbespreking zijn vierde broodje van de pas jonge middag had verorberd, nam hij het woord. “Jongens, vandaag zal ik Erik Prins doen vergeten.”  Drie uur later had hij twee doelpunten gemaakt, het vege voetballijf van Sportclub Teuge gered en was hij toegetreden tot de eregalerie der profeten. Tot in de eeuwigheid is 05 april ‘Ruben Wientjes Dag’.


05 april 2015.  Het is pas vroeg in de middag maar er zijn honderden mensen aanwezig op sportcomplex De Dulmer. Klein en groot, man of vrouw, iedereen gaat hetzelfde gekleed: teenslippers, een spijkerbroek met daarboven een blauwe capuchontrui en daaroverheen een opvallend bruinleren jack.


In de kantine zitten tientallen vrouwen aan de bar aandachtig te luisteren naar kastelein Marcel Smaling, die op eigenzinnige wijze college geeft over de rode - en witte Wientjesflessen die speciaal voor deze feestdag geproduceerd zijn. In de snoephoek laat zijn collega Jeroen Bakkenes zich ook niet onbetuigd. Nadat hij de vriezer in is gedoken, scheurt hij met een theatraal gebaar de verpakking open van een ‘Ruben IJsco’, steekt zijn tong uit en likt over de kauwgombal, die de neus van de gevierde profeet voor moet stellen. Tientallen kinderen stuiteren op en neer en klappen hun vijftig cent muntjes met veel ongeduld op de toonbank voor hen, gek gemaakt van verlangen door de sluwe verkooptruc van Bakkenes. "Meneer! Meneer! Ik wil ook een ‘Rubennetje!’ Meneer!"


Eenmaal in het bezit van hun prijs rennen de dolgelukkige kinderen naar buiten, waar vanaf een groot podium het illustere koor ‘Mannenkoor Karrenspoor’ hun nieuwe hit ten gehore brengt terwijl een uitzinnige menigte meezingt, de meesten geëmotioneerd door de fragiele pakkende tekst.

".....Jááá dááát iiiissss...RU-BEN WIENTJES! Het leven dat is een groot feest, JALALALALALA 
RU-BEN WIENTJES!  Zoepen as een grote en tekeer goan as een beest..."



Anderen staan met een pilsje in de ene - en met een sigaretje in de andere hand, te kijken naar het veld naast hen. Onder de brandende zon proberen enkele fanatiekelingen vanaf twintig meter een gehaktbal in een groot zwart gat te mikken, wat de mond blijkt te zijn van een gigantisch opblaasbaar Ruben Wientjes-hoofd. De meeste gehaktballen worden opgeslokt door de veelvraat. Het zorgt voor uitzinnige kreten én onderlinge competitie bij de deelnemers. Hun droom blijft namelijk springlevend. Dat wil zeggen het winnen van de eerste prijs: één overnachting in de Ruben Wientjes-suite van het vliegtuighotel inclusief Ruben Wientjes-ontbijt; drie broodjes kaas, vier broodjes ham, twee gehaktballen, een kuipje mayonaise, een patatje speciaal én een patatje saté, één zakje paprikachips en een zakje perziksnoepjes. Die laatste vanwege de fruitvitaminen.



Een jaar eerder kende de hoofdpersoon zijn ‘finest hour’, toen hij hoogstpersoonlijk Sportclub Teuge had gered van een gewisse voetbaldood.  Want de wedstrijd tegen Oene was een duel op leven en dood geweest. Beide ploegen waren in een verbeten strijd verwikkeld tegen degradatie en zo kort voor het einde van de competitie was het letterlijk ‘de één zijn dood, de ander zijn brood’. En als het op eten aankomt, dan is Wientjes bij de les.


Wat ook nodig was, want het waren vooral de bezoekers uit Oene die in de beginfase van de wedstrijd streden voor elke meter. De oorlogsverklaring van de bezoekers werd extra kracht bijgezet door het gebruik van een grote diversiteit aan wapens. Oene wilde het pleit in een vroegtijdig stadium beslechten in haar voordeel en met harde schoten, vrije trappen, corners en voorzetten bestookten de bezoekers het doel van keeper Joost Veldwijk. Het was een wonder dat na twintig minuten spelen de matadoren uit Oene nog niet op voorsprong stonden.


Een minuut later was het wel feest op het veld maar gek genoeg waren het niet de lange, vlezige en sterke Oenenaren die de polonaise liepen. Sportclub Teuge-spits Ruben Wientjes had de bal ontvangen op twintig meter van het vijandelijke doel. "Niet met links! Niet met links!”, schreeuwden alle aanwezigen die in de dug-out van de thuisclub zaten. Maar het was al te laat. Gelukkig, zo bleek. De bal maakte vaart en won aan hoogte. Door de prachtige curve ontweek het drie verdedigers en belandde het in de verre hoek, voorbij de keeper die alleen maar onthutst kon toekijken hoe de bal het net achter hem beroerde. Een prachtig doelpunt. Ruben Wientjes gaf een heel klein handkusje op de binnenkant van zijn linkervoet.


Gedurende de vijftig minuten daarna kwam de ene na de andere akkerbouwer met tracktor en rooicombinatie naar de ingang van het complex rijden. Het was als een lopend vuurtje door het agrarische dorp gegaan dat er op het hoofdveld van Sportclub Teuge boerenkool voetbal werd gespeeld. Het viel inderdaad niet mee om bij beide ploegen enige lijn te ontdekken in het spel. De lijnen die er waren liepen niet over de grond, maar door de lucht. Dat was ook de toevallig aanwezige Kees Kievit opgevallen, die zijn verantwoordelijkheid nam en een vliegverbod boven De Dulmer instelde voor alle vogels die het complex dreigden te passeren. De degradatiewedstrijd deed zijn naam eer aan. Het spelniveau was dan wellicht niet erg inspirerend, het harde werken door de spelers van beide ploegen was dat wel en vergoede veel. De spanning, die vergoede alles!


Alle wisselspelers en supporters van Sportclub Teuge grepen collectief naar het hoofd, nadat de bal via een vreemde stuiter over keeper Veldwijk heen ging en in het doel verdween. Oene vierde de gelijkmaker alsof de hoofdrijs van de Postcode Loterij was gevallen op de enige postcode die Oene rijk is. De feestende spelers vormden een schril contrast met de voetballers van Sportclub Teuge, die elkaar onzeker aankeken, op zoek naar een beetje steun. Zo niet Wientjes.


Want het kan vriezen, het kan dooien. De wereld kan vergaan, of niet.. Een tegendoelpunt? Wientjes maakt het allemaal niet uit. Door zijn eeuwige positieve instelling is hij als een regenpak: alle ellende glijd van hem af. Wientjes wist dat de zon weer zou gaan schijnen. Daar zou hij namelijk hoogstpersoonlijk voor gaan zorgen.


Vlak voor het einde van de wedstrijd verstuurde Jorn van Strien een lange pass die over de achterste linie van Oene heen zeilde. De stuiterende bal verleidde Wientjes. “Kom maar jongen. Kom maar.” De bankier in opleiding sprintte hard voorbij de laatste verdediger, al was hij een panikerende Griek die tijdens een run op een bank voordringt in de rij voor de pinautomaat. Het publiek hield zijn adem in. Zeker toen de keeper van Oene met net zo’n grote snelheid als de spits zijn doel verliet en naar de stil liggende bal sprintte. Een clash leek aanstaande.


Die kwam er niet. Nu de kans op eeuwige roem zich presenteerde, gooide de avonturier Wientjes er nog een extra versnelling uit. Hij leek bezeten. Geobsedeerd door de bal zoals een goudzoeker geobsedeerd is door een schatkaart die de locatie van een flinke goudader beschrijft. Met een strakke kapbeweging stuurde hij de keeper het bos in en mikte vervolgens de bal in het lege doel. De goudzoeker had niet lang hoeven te zoeken. Zijn linkervoet bleek verguld en van puur edelmetaal. De woorden die hij eerder op de dag had uitgesproken, profetisch.

 

 

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!